
Baseball- & softballwoordenboek
Een eenvoudige A–Z-gids voor de taal van baseball en softball. De termen zijn gerangschikt op hun meest gebruikte Engelse benaming en waar nuttig worden ook gangbare afkortingen of alternatieve namen vermeld.
Tenzij anders aangegeven, geldt een term zowel voor baseball als voor softball.
⚾ Alleen baseball
? Alleen softball
A | B | C | D | E | F | G | H | I | L | M | N | O | P | R | S | T | U | W
A
APPEAL
in het Nederlands: beroep / appeal
Een verzoek van de verdedigende ploeg aan de umpire om te beslissen over een overtreding die niet noodzakelijk automatisch wordt uitgeroepen. Een typisch voorbeeld is een runner die een base mist of die base te vroeg verlaat na een gevangen fly ball.
ASSIST
in het Nederlands: assist
Een verdedigende statistiek die wordt toegekend aan een speler die de bal raakt of gooit als onderdeel van een play die eindigt in een out.
AT BAT (AB)
in het Nederlands: officiële slagbeurt
Een officiële slagbeurt voor statistische doeleinden. Niet elke plate appearance telt als at bat; walks en sommige andere uitkomsten worden bijvoorbeeld niet als AB geteld.
AWAY TEAM (VISITING TEAM)
in het Nederlands: uitploeg / bezoekende ploeg
De ploeg die als bezoeker speelt. De away team slaat normaal als eerste, dus in de bovenste helft van elke inning.
B
BACKSTOP
in het Nederlands: vangnet / beschermingsnet achter home plate
Een hek, net of andere beschermende barrière achter home plate die ballen tegenhoudt en toeschouwers beschermt.
BALK
⚾ Alleen baseball
Een illegale beweging of actie van de pitcher wanneer er minstens één runner op base staat. Een balk geeft runners normaal het recht om één base op te schuiven.
BALL
in het Nederlands: ball / wijd
Een pitch buiten de strike zone waar de batter niet naar swingt. Vier balls leiden normaal tot een walk.
BALL IN PLAY
in het Nederlands: bal in het spel
Een live ball die door de defense gespeeld kan worden na een geldige pitch of slag.
BASE
in het Nederlands: honk / base
Eén van de vier bases die een runner in volgorde moet bereiken: first base, second base, third base en home plate.
BASE COACH
in het Nederlands: honkcoach
Een coach die in de coach's box bij first base of third base staat en instructies geeft aan runners en batters.
BASE HIT (HIT)
in het Nederlands: honkslag / hit
Een fair ball waardoor de batter veilig een base bereikt zonder dat het resultaat voornamelijk veroorzaakt wordt door een error of fielder's choice.
BASELINE
in het Nederlands: looplijn tussen de honken
De algemene looproute tussen twee bases. In bepaalde situaties kan een runner out worden gegeven wanneer hij bij het ontwijken van een tag te ver van zijn vastgestelde looproute afwijkt.
BASES EMPTY
in het Nederlands: lege honken
Een situatie waarin er geen runner op first base, second base of third base staat.
BASES LOADED
in het Nederlands: volle honken / bases loaded
Een situatie waarin first base, second base en third base tegelijk bezet zijn.
BAT
in het Nederlands: knuppel
Het materiaal waarmee de batter probeert de gepitchte bal te slaan.
BATTER
in het Nederlands: slagman / slagvrouw
De aanvallende speler die aan slag is en tegenover de pitcher staat.
BATTER-RUNNER
in het Nederlands: slagman-loper
De benaming voor de batter vanaf het moment dat hij door het resultaat van zijn actie runner wordt, tot het einde van de play of totdat hij out wordt gemaakt.
BATTER'S BOX
in het Nederlands: slagperk / batter's box
Het gemarkeerde gebied naast home plate waarin de batter tijdens zijn slagbeurt moet staan.
BATTERY
in het Nederlands: pitcher-catcherduo
De combinatie van pitcher en catcher die samenwerkt als verdedigend duo.
BATTING AVERAGE (AVG)
in het Nederlands: slaggemiddelde
Een statistiek die aangeeft hoe vaak een batter een hit slaat in officiële at bats. Deze wordt berekend door het aantal hits te delen door het aantal at bats.
BATTING ORDER (LINEUP)
in het Nederlands: slagvolgorde / opstelling
De volgorde waarin de spelers van een ploeg aan slag komen.
BENCH
in het Nederlands: bank
De plek waar spelers en coaches verblijven wanneer ze niet op het veld staan. De term wordt soms ook gebruikt voor de dugout of voor de spelers daarin.
BOTTOM OF THE INNING
in het Nederlands: onderste helft van de inning
De tweede helft van een inning waarin normaal de thuisploeg slaat.
BOX SCORE
in het Nederlands: wedstrijdstatistieken / box score
Een statistisch overzicht van een wedstrijd met onder andere runs, hits, errors en individuele spelersstatistieken.
BREAKING BALL
in het Nederlands: brekende worp / breaking ball
Een pitch die bewust sterk van richting verandert terwijl hij de batter nadert, zoals een curveball of slider.
BULLPEN
Het gebied waar pitchers opwarmen voordat ze in de wedstrijd komen. De term bullpen kan ook verwijzen naar de groep relief pitchers van een ploeg.
BUNT
in het Nederlands: stootslag / bunt
Een slagtechniek waarbij de batter geen volledige swing maakt, maar de knuppel zo houdt dat de bal zacht het veld in wordt gestuurd.
C
CALLED STRIKE
in het Nederlands: geroepen strike
Een pitch in de strike zone waarop de batter niet swingt en die door de umpire als strike wordt uitgeroepen.
CATCH
in het Nederlands: vangbal / vangst
Een situatie waarin een verdedigende speler een bal in de lucht veilig onder controle krijgt voordat deze de grond raakt.
CATCHER
in het Nederlands: catcher / achtervanger
De verdedigende speler achter home plate die pitches van de pitcher ontvangt en een centrale rol speelt bij de verdediging van home plate.
CATCHER'S BOX
in het Nederlands: catcher's box
Het gemarkeerde gebied achter home plate waarin de catcher zich volgens de regels moet bevinden.
CATCHER'S INTERFERENCE
in het Nederlands: hinderen door de catcher
Interference veroorzaakt door de catcher die de batter hindert bij het slaan van een pitch. Een typisch voorbeeld is contact tussen de knuppel en de handschoen van de catcher tijdens de swing.
CENTER FIELD
in het Nederlands: midveld / center field
Het middelste deel van het outfield.
CENTER FIELDER
in het Nederlands: midvelder / center fielder
De verdedigende speler die voornamelijk verantwoordelijk is voor center field.
CHANGEUP
in het Nederlands: changeup / snelheidswisseling
Een pitch die op een fastball lijkt maar met lagere snelheid wordt gegooid om de timing van de batter te verstoren.
CHECKED SWING
in het Nederlands: afgebroken swing
Een swing die de batter inzet maar probeert te stoppen. De umpire bepaalt of de batter daadwerkelijk naar de pitch heeft geswingd.
CLEANUP HITTER
in het Nederlands: vierde slagman / power hitter
De batter die traditioneel als vierde in de batting order staat en vaak een sterke hitter is die runners probeert binnen te slaan.
COACH
in het Nederlands: coach / trainer
Een lid van de staf dat spelers begeleidt en betrokken is bij strategie en wedstrijdleiding.
COACH'S BOX
in het Nederlands: coachvak
Het gemarkeerde gebied bij first base en third base dat bedoeld is voor base coaches.
COUNT
in het Nederlands: ball-strike stand
Het actuele aantal balls en strikes bij een batter. Het aantal balls wordt eerst genoemd, dus 3–2 betekent drie balls en twee strikes.
CROW HOP
? Alleen softball
Een illegale pitchingbeweging in fastpitch softball waarbij de pitcher na het verlaten van de pitcher's plate opnieuw landt en afzet vanaf een punt dichter bij home plate.
CURVEBALL
in het Nederlands: curveball / curve
Een breaking pitch die bewust een sterke bocht maakt terwijl hij de batter nadert.
CUTOFF (CUTOFF MAN)
in het Nederlands: cutoff man / tussenpersoon bij een aangooi
Een verdedigende speler die een worp uit het outfield opvangt en snel doorwerpt naar een andere base of naar home plate.
D
DEAD BALL
in het Nederlands: dode bal
Een bal die tijdelijk niet in het spel is. Runners en fielders kunnen de normale play niet voortzetten totdat de bal weer live is.
DEFENSE
in het Nederlands: verdediging
De ploeg die in het veld staat en probeert runs te voorkomen en outs te maken.
DESIGNATED HITTER (DH)
⚾ Alleen baseball
in het Nederlands: aangewezen slagman / designated hitter
Een speler die volgens regels die het gebruik van een DH toestaan in plaats van een andere speler slaat, traditioneel in plaats van de pitcher.
DESIGNATED PLAYER (DP)
? Alleen softball
in het Nederlands: designated player
Een speler in fastpitch softball die in de batting order staat terwijl een andere speler, meestal de FLEX, defensief kan spelen volgens de DP/FLEX-regel.
DIAMOND
in het Nederlands: diamant / binnenveld
Het vierkant gevormd door home plate, first base, second base en third base, vaak gebruikt om de basisvorm van het infield te beschrijven.
DOUBLE
in het Nederlands: tweehonkslag
Een hit waarmee de batter veilig second base bereikt zonder dat een error of andere scorerbeslissing het resultaat verandert.
DOUBLE PLAY
in het Nederlands: dubbelspel / double play
Een verdedigende play waarin twee aanvallende spelers tijdens dezelfde doorlopende actie out worden gemaakt.
DROPPED THIRD STRIKE (UNCATCHED THIRD STRIKE)
in het Nederlands: niet gevangen derde strike
Een derde strike die niet reglementair door de catcher wordt gevangen. Onder bepaalde omstandigheden mag de batter ondanks strike drie proberen first base te bereiken.
DUGOUT
in het Nederlands: dugout / spelersbank
Het aangewezen teamgebied waar spelers, coaches en andere bevoegde personen verblijven wanneer zij niet op het veld staan.
E
EARNED RUN (ER)
in het Nederlands: verdiende run
Een run die aan de pitcher wordt toegerekend en zonder hulp van bepaalde errors of passed balls wordt gescoord, volgens de officiële scoringsregels.
EARNED RUN AVERAGE (ERA)
in het Nederlands: gemiddelde verdiende runs
Een pitchingstatistiek die het gemiddelde aantal earned runs weergeeft dat een pitcher toestaat over het standaard aantal innings van een volledige wedstrijd.
ERROR (E)
in het Nederlands: fout / error
Een verdedigende fout waardoor een batter of runner volgens de scorer kan opschuiven terwijl een normaal uitgevoerde play dat had moeten voorkomen.
EXTRA-BASE HIT
in het Nederlands: extra-base hit / meervoudige honkslag
Een hit waarbij de batter minstens second base bereikt: een double, triple of home run.
EXTRA INNINGS
in het Nederlands: extra innings / verlenging
Innings die worden gespeeld na het reguliere aantal innings bij een gelijke stand, volgens de regels van de competitie.
F
FAIR BALL
in het Nederlands: geldige bal / fair ball
Een geslagen bal die volgens de regels fair is en in het spel blijft.
FAIR TERRITORY
in het Nederlands: fair territory / geldig speelgebied
Het deel van het veld tussen de foul lines, waarbij de lijnen zelf tot fair territory behoren.
FASTBALL
in het Nederlands: snelle bal / fastball
Een pitch die vooral op snelheid is gericht en meestal relatief weinig bewuste zijwaartse of verticale beweging heeft.
FIELDER
in het Nederlands: veldspeler
Elke verdedigende speler op het veld.
FIELDER'S CHOICE (FC)
in het Nederlands: keuze van de veldspeler / fielder's choice
Een play waarin een fielder probeert een andere runner out te maken in plaats van de batter-runner op first base uit te schakelen.
FIELDING PERCENTAGE
in het Nederlands: fielding percentage / veldpercentage
Een verdedigende statistiek gebaseerd op de verhouding tussen succesvol uitgevoerde plays en het totale aantal veldkansen.
FIRST BASE
in het Nederlands: eerste honk
De eerste base die een batter-runner normaal probeert te bereiken nadat de bal in het spel is gebracht.
FIRST BASEMAN
in het Nederlands: eerste honkman
De verdedigende speler wiens hoofdpositie rond first base ligt.
FLEX PLAYER (FLEX)
? Alleen softball
De verdedigende speler die gekoppeld is aan de Designated Player volgens de DP/FLEX-regel van softball.
FLY BALL
in het Nederlands: hoge bal / fly ball
Een geslagen bal die hoog door de lucht vliegt.
FLYOUT
in het Nederlands: uit na gevangen fly ball
Een out die ontstaat wanneer een verdedigende speler een fly ball reglementair vangt voordat deze de grond raakt.
FORCE OUT (FORCE PLAY)
in het Nederlands: gedwongen uit / force out
Een out waarbij een runner verplicht is door te lopen omdat de batter runner is geworden en de defense de vereiste base met balbezit bereikt voordat de runner daar aankomt.
FOUL BALL
in het Nederlands: foutbal / foul ball
Een geslagen bal die volgens de regels als foul ball geldt.
FOUL LINE
in het Nederlands: foutlijn / foul line
Eén van de twee lijnen vanaf home plate via first base of third base richting outfield. De foul lines zelf behoren tot fair territory.
FOUL POLE
in het Nederlands: foul pole / foutpaal
Een verticale paal bij het outfield fence die helpt bepalen of een verre slag fair of foul is. Een bal die de foul pole boven het hek raakt, is fair.
FOUL TERRITORY
in het Nederlands: foutgebied / foul territory
Het deel van het veld buiten de foul lines.
FOUL TIP
in het Nederlands: foul tip
Een geslagen bal die scherp en rechtstreeks van de knuppel naar de hand of handschoen van de catcher gaat en reglementair wordt gevangen. Deze wordt anders behandeld dan een gewone foul ball.
FULL COUNT
in het Nederlands: volle count
Een count van drie balls en twee strikes, meestal aangeduid als 3–2.
G
GAME
in het Nederlands: wedstrijd
Een wedstrijd tussen twee teams gespeeld volgens de regels van baseball of softball.
GRAND SLAM
Een home run met runners op first base, second base en third base, waarmee vier runs worden gescoord.
GROUND BALL (GROUNDER)
in het Nederlands: grondbal
Een geslagen bal die over de grond of vlak erboven beweegt.
GROUND-RULE DOUBLE
in het Nederlands: ground-rule double
Een fair ball waarbij de regels de batter en runners twee bases toekennen. Een veelvoorkomend voorbeeld is een bal die na een stuit over het outfield fence gaat.
H
HALF-INNING
in het Nederlands: halve inning
Eén helft van een inning. Elke ploeg heeft normaal één aanvallende beurt per inning.
HIT
in het Nederlands: hit / honkslag
Zie BASE HIT. Een fair ball waarmee de batter veilig een base bereikt en die officieel als hit wordt genoteerd.
HIT AND RUN
in het Nederlands: hit and run
Een aanvallende tactiek waarbij een runner vertrekt met de pitch terwijl de batter probeert de bal in het spel te brengen.
HIT BY PITCH (HBP)
in het Nederlands: geraakt door pitch
Een pitch die de batter reglementair raakt. Wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan, krijgt de batter normaal first base.
HOME PLATE
in het Nederlands: thuisplaat / home plate
De vijfhoekige plaat die als begin- en eindpunt dient bij het scoren van een run en ook wordt gebruikt om de strike zone te bepalen.
HOME RUN (HR)
in het Nederlands: homerun / home run
Een hit waarmee de batter alle bases kan rondgaan en een run kan scoren zonder out te worden gemaakt. De meeste home runs worden over het outfield fence in fair territory geslagen.
HOME TEAM
in het Nederlands: thuisploeg
De ploeg die als thuisteam is aangewezen. De home team slaat normaal in de onderste helft van elke inning.
I
ILLEGAL PITCH
in het Nederlands: illegale pitch
Een pitch of pitchingbeweging die tegen de regels is. De exacte straf hangt af van de sport, de situatie en het toegepaste reglement.
INFIELD
in het Nederlands: binnenveld / infield
Het deel van het veld met home plate en de drie bases, meestal inclusief het gebied dat door de infielders wordt verdedigd.
INFIELD FLY RULE
in het Nederlands: infield-flyregel
Een regel waarbij de batter out kan worden verklaard op bepaalde gemakkelijk vangbare fair fly balls wanneer first base en second base bezet zijn, of wanneer de bases loaded zijn, en er minder dan twee outs zijn. De regel voorkomt dat de defense de bal bewust laat vallen om eenvoudig een double of triple play te maken.
INFIELDER
in het Nederlands: binnenvelder / infielder
Een verdedigende speler wiens normale positie in het infield ligt, zoals first baseman, second baseman, third baseman of shortstop.
INNING
in het Nederlands: inning
Een onderdeel van de wedstrijd waarin beide teams normaal één keer aanvallen en één keer verdedigen.
INTENTIONAL WALK (IBB)
in het Nederlands: opzettelijke walk
Een walk die de defense bewust aan een batter geeft om tactische redenen.
INTERFERENCE
in het Nederlands: hinderen / interference
Een illegale actie die een speler hindert bij het uitvoeren van een play. Er bestaan verschillende soorten interference, afhankelijk van wie deze veroorzaakt.
L
LEAD
in het Nederlands: voorsprong vanaf het honk
De afstand die een runner van een base neemt voordat hij probeert door te lopen. De regels over wanneer een runner de base mag verlaten verschillen tussen baseball en softball.
LEADOFF HITTER
in het Nederlands: eerste slagman
De eerste batter in de batting order van een ploeg.
LEFT FIELD
in het Nederlands: linksveld
Het linker deel van het outfield vanuit het perspectief van de batter aan home plate.
LEFT FIELDER
in het Nederlands: linksvelder
De verdedigende speler die voornamelijk verantwoordelijk is voor left field.
LINE DRIVE
in het Nederlands: line drive / harde vlakke slag
Een hard geslagen bal die relatief laag en recht door de lucht vliegt.
LINEUP
in het Nederlands: opstelling
Zie BATTING ORDER. De lijst met spelers en de volgorde waarin zij aan slag komen.
LIVE BALL
in het Nederlands: levende bal / bal in het spel
Een bal die in het spel is en waarbij spelers normale acties mogen uitvoeren volgens de regels.
LOOK-BACK RULE
? Alleen softball
in het Nederlands: look-back rule
Een baserunningregel in fastpitch softball die de mogelijkheden van runners onder bepaalde omstandigheden beperkt zodra de pitcher controle over de bal heeft in de pitcher's circle.
M
MOUND (PITCHER'S MOUND)
⚾ Alleen baseball
in het Nederlands: werpheuvel / pitcher's mound
Het verhoogde gedeelte in het midden van het baseballinfield vanwaar de pitcher gooit.
MOUND VISIT
⚾ Alleen baseball
in het Nederlands: bezoek aan de werpheuvel
Een bezoek aan de pitcher op de mound door een coach, manager of ploeggenoot. Het aantal en de voorwaarden van mound visits hangen af van de competitie.
N
NO-HITTER
in het Nederlands: wedstrijd zonder toegestane hit
Een wedstrijd waarin een ploeg geen enkele hit van de tegenstander toestaat. Tegenstanders kunnen wel op andere manieren bases bereiken.
O
OBSTRUCTION
in het Nederlands: hinderen van een runner / obstruction
Een illegale actie van een verdediger die de voortgang van een runner belemmert terwijl hij volgens de regels niet het recht heeft diens route te blokkeren.
OFFENSE
in het Nederlands: aanval
De ploeg die aan slag is en probeert runs te scoren.
ON-BASE PERCENTAGE (OBP)
in het Nederlands: on-base percentage / honkpercentage
Een statistiek die meet hoe vaak een batter een base bereikt via resultaten zoals hits, walks en hit by pitch.
ON-DECK
in het Nederlands: volgende slagman
De speler die direct na de huidige batter aan slag moet komen.
ON-DECK CIRCLE
in het Nederlands: on-deck circle / inslagcirkel
Het aangewezen gebied waar de volgende batter zich kan voorbereiden op zijn slagbeurt.
OUT
in het Nederlands: uit / out
Het uitschakelen van een aanvallende speler tijdens een play. De aanvallende helft van een inning eindigt normaal na drie outs.
OUTFIELD
in het Nederlands: buitenveld / outfield
Het deel van het speelveld buiten het infield.
OUTFIELD FENCE
in het Nederlands: buitenveldhek
Het hek of een andere grens aan de buitenzijde van het outfield.
OUTFIELDER
in het Nederlands: buitenvelder / outfielder
Een verdedigende speler wiens normale positie in left field, center field of right field ligt.
P
PASSED BALL (PB)
in het Nederlands: passed ball / gemiste vangbal van de catcher
Een pitch die de catcher met normale inspanning zou moeten kunnen controleren, maar niet onder controle krijgt, waardoor één of meer runners kunnen opschuiven. Statistisch wordt deze anders behandeld dan een wild pitch.
PERFECT GAME
in het Nederlands: perfecte wedstrijd
Een wedstrijd waarin geen enkele batter van de tegenstander op welke manier dan ook een base bereikt.
PICKOFF (PICKOFF ATTEMPT)
in het Nederlands: pickoff / pickoffpoging
Een verdedigende poging, meestal door de pitcher of catcher, om een runner out te maken die van zijn base is gekomen.
PINCH HITTER
in het Nederlands: pinch hitter / invallende slagman
Een invaller die in de wedstrijd komt om in plaats van een andere speler te slaan.
PINCH RUNNER
in het Nederlands: pinch runner / invallende loper
Een invaller die in de wedstrijd komt om in plaats van een andere speler te lopen.
PITCH
in het Nederlands: worp / pitch
Een bal die reglementair door de pitcher naar de batter wordt geworpen.
PITCH COUNT
in het Nederlands: aantal pitches / pitch count
Het aantal pitches dat een pitcher heeft gegooid. Pitch-countlimieten zijn vooral belangrijk in veel jeugdcompetities.
PITCHER
in het Nederlands: werper / pitcher
De verdedigende speler die pitches naar de batter gooit.
PITCHER'S CIRCLE
? Alleen softball
in het Nederlands: pitcher's circle / werpcirkel
De gemarkeerde cirkel rond de pitcher's plate op een softballveld. Deze speelt een belangrijke rol bij regels zoals de look-back rule.
PITCHER'S PLATE (PITCHING RUBBER)
in het Nederlands: werpplaat / pitching rubber
De plaat vanwaar de pitcher zijn pitchingbeweging volgens de geldende regels moet beginnen of uitvoeren.
PITCHING CHANGE
in het Nederlands: pitcherwissel
Het vervangen van de huidige pitcher door een andere speelgerechtigde speler.
PLATE APPEARANCE (PA)
in het Nederlands: slagoptreden / plate appearance
Een volledige beurt van een speler aan slag. In tegenstelling tot een at bat omvat een plate appearance ook uitkomsten zoals walks en bepaalde andere situaties.
POP FLY (POP-UP)
in het Nederlands: hoge korte bal / pop-up
Een hoge, meestal korte fly ball die gewoonlijk in of vlak bij het infield blijft.
POSITION PLAYER
in het Nederlands: veldspeler / position player
Een speler wiens primaire rol een verdedigende positie anders dan pitcher is, vooral wanneer pitchers van andere spelers worden onderscheiden.
R
RE-ENTRY
? Alleen softball
in het Nederlands: opnieuw in het spel komen
Een wisselregel die bepaalde startspelers onder specifieke voorwaarden toestaat terug te keren in de wedstrijd nadat zij zijn gewisseld.
RELIEF PITCHER (RELIEVER)
in het Nederlands: relief pitcher / reliefwerper
Een pitcher die in de wedstrijd komt nadat de starting pitcher of een andere eerdere pitcher is vervangen.
RETOUCH
in het Nederlands: opnieuw aanraken van een base
Het opnieuw aanraken of terugkeren naar een vereiste base, bijvoorbeeld na een gevangen fly ball voordat een runner reglementair mag doorlopen.
RIGHT FIELD
in het Nederlands: rechtsveld
Het rechter deel van het outfield vanuit het perspectief van de batter aan home plate.
RIGHT FIELDER
in het Nederlands: rechtsvelder
De verdedigende speler die voornamelijk verantwoordelijk is voor right field.
RUN
in het Nederlands: punt / run
Een punt dat wordt gescoord wanneer een speler reglementair alle bases afloopt en home plate bereikt.
RUN BATTED IN (RBI)
in het Nederlands: binnengeslagen punt / RBI
Een statistiek die normaal wordt toegekend aan een batter wanneer het resultaat van zijn plate appearance rechtstreeks leidt tot een run, volgens de officiële scoringsregels.
RUNDOWN
in het Nederlands: insluiting tussen twee honken / rundown
Een verdedigende play waarbij een runner tussen twee bases vastzit en de defense hem met een tag probeert uit te maken. Informeel wordt dit ook een pickle genoemd.
RUNNER (BASERUNNER)
in het Nederlands: loper
Een aanvallende speler die een base heeft bereikt en nog niet out is gemaakt of heeft gescoord.
RUNNER'S LANE
in het Nederlands: lopersvak / runner's lane
De gemarkeerde baan langs de lijn naar first base die wordt gebruikt bij het beoordelen van bepaalde interference-situaties rond de batter-runner.
S
SACRIFICE BUNT
in het Nederlands: opofferingsstootslag / sacrifice bunt
Een bunt die vooral bedoeld is om één of meer runners te laten opschuiven, ook al wordt de batter waarschijnlijk out gemaakt.
SACRIFICE FLY
in het Nederlands: opofferingsfly / sacrifice fly
Een gevangen fly ball waarna een runner scoort en die voldoet aan de scoringsvoorwaarden voor een sacrifice fly.
SAFE
in het Nederlands: safe / veilig
De beslissing van de umpire dat een runner een base reglementair heeft bereikt of behouden zonder out te worden gemaakt.
SCORING POSITION
in het Nederlands: scoringspositie
Een veelgebruikte term voor een runner op second base of third base, vanwaar een hit een goede kans geeft om te scoren.
SECOND BASE
in het Nederlands: tweede honk
De tweede base in de normale volgorde, tussen first base en third base.
SECOND BASEMAN
in het Nederlands: tweede honkman
De infielder wiens normale verdedigende gebied rond de rechterkant van second base ligt vanuit het perspectief van de defense.
SHORTSTOP
in het Nederlands: korte stop / shortstop
De infielder wiens normale positie tussen second base en third base ligt.
SIDE RETIRED
in het Nederlands: einde van de aanvallende halve inning
Een uitdrukking die aangeeft dat de aanvallende helft van de inning is afgelopen, normaal na drie outs.
SINGLE
in het Nederlands: honkslag / single
Een hit waarmee de batter veilig first base bereikt zonder dat een error of andere scoringsbeslissing het resultaat verandert.
SLIDER
Een breaking pitch die doorgaans zijwaarts en naar beneden beweegt en sneller wordt gegooid dan een klassieke curveball.
SLUGGING PERCENTAGE (SLG)
in het Nederlands: slugging percentage
Een slagstatistiek die het totale aantal bases uit hits per officiële at bat meet, waarbij extra-base hits zwaarder meetellen dan singles.
SQUEEZE PLAY
in het Nederlands: squeeze play
Een aanvallende tactiek waarbij een bunt wordt gebruikt om een runner vanaf third base te laten scoren.
STARTING PITCHER
in het Nederlands: startende pitcher / startwerper
De pitcher die de wedstrijd voor een ploeg begint.
STOLEN BASE (SB / STEAL)
in het Nederlands: gestolen honk
Het opschuiven van een runner naar de volgende base dat als stolen base wordt genoteerd wanneer de defense probeert hem te stoppen en aan de scoringsvoorwaarden wordt voldaan.
STRIKE
in het Nederlands: strike
Een pitch of slagactie die aan één van de voorwaarden voor een strike voldoet, zoals een pitch door de strike zone, een swing and miss of bepaalde foul balls.
STRIKEOUT (K)
in het Nederlands: strikeout / uit na drie strikes
Een out die normaal ontstaat wanneer een batter drie strikes krijgt. Regels zoals de uncaught third strike kunnen echter bepalen of de batter meteen out is.
STRIKE ZONE
in het Nederlands: slagzone / strike zone
Het gebied boven home plate waar een pitch op de juiste hoogte doorheen moet gaan om als strike te worden geroepen wanneer de batter niet swingt. De precieze definitie hangt af van het gebruikte reglement.
SUBSTITUTION
in het Nederlands: wissel
Het vervangen van een speler door een andere speler tijdens de wedstrijd volgens de geldende wisselregels.
SWING
in het Nederlands: swing / zwaai
De poging van de batter om een pitch te raken door de knuppel door de slagzone te bewegen.
SWINGING STRIKE
in het Nederlands: strike na gemiste swing
Een strike die ontstaat wanneer de batter naar een pitch swingt en de bal mist.
T
TAG
in het Nederlands: tik / tag
Het reglementair aanraken van een runner met de bal of met de handschoen of hand waarin de verdediger de bal veilig vasthoudt wanneer een tag nodig is voor een out.
TAG OUT
in het Nederlands: uit door tag
Een out die wordt gemaakt door een runner reglementair te taggen wanneer die niet beschermd is door contact met een base.
TAG UP
in het Nederlands: terugkeren naar het honk na een vangbal
De actie waarbij een runner na een gevangen fly ball op zijn base blijft of ernaar terugkeert voordat hij probeert door te lopen.
TEMPORARY RUNNER
? Alleen softball
in het Nederlands: tijdelijke loper
Een runner die volgens bepaalde softballregels tijdelijk voor een andere speler mag lopen, afhankelijk van de voorwaarden van de competitie.
THIRD BASE
in het Nederlands: derde honk
De derde base in de normale volgorde en de laatste base vóór home plate.
THIRD BASEMAN
in het Nederlands: derde honkman
De infielder wiens normale verdedigende positie rond third base ligt.
THREE UP, THREE DOWN
in het Nederlands: drie slagmensen, drie outs
Een informele term voor een halve inning waarin de defense drie batters op rij out maakt zonder dat iemand een base bereikt.
THROW
in het Nederlands: worp / aangooi
Het gooien van de bal door een verdedigende speler naar een ploeggenoot of naar een base.
TOP OF THE INNING
in het Nederlands: bovenste helft van de inning
De eerste helft van een inning waarin normaal de bezoekende ploeg slaat.
TRIPLE
in het Nederlands: driehonkslag
Een hit waarmee de batter veilig third base bereikt zonder dat een error of andere scorerbeslissing het resultaat verandert.
TRIPLE PLAY
in het Nederlands: triple play / drievoudig uit
Een verdedigende play waarin drie aanvallende spelers tijdens dezelfde doorlopende actie out worden gemaakt.
U
UMPIRE
in het Nederlands: scheidsrechter / umpire
De official die verantwoordelijk is voor het toepassen van de regels, het nemen van beslissingen over plays en het leiden van de wedstrijd op het veld.
W
WALK (BASE ON BALLS, BB)
in het Nederlands: vrije loop / vier balls
Het toekennen van first base aan een batter na vier balls, volgens de geldende regels.
WALK-OFF
in het Nederlands: wedstrijdbeëindigende winnende play / walk-off
Een aanvallende actie in de laatste reguliere of extra inning waarmee de thuisploeg de winnende run scoort en de wedstrijd onmiddellijk eindigt.
WARNING TRACK
in het Nederlands: waarschuwingsstrook
Een strook met een ander oppervlak vlak bij het outfield fence die fielders helpt voelen dat zij tijdens het lopen de omheining naderen.
WILD PITCH (WP)
in het Nederlands: wilde worp / wild pitch
Een pitch die voor de catcher bij normale inspanning te moeilijk te controleren is en waardoor één of meer runners kunnen opschuiven. Statistisch wordt deze aan de pitcher toegerekend, in tegenstelling tot een passed ball.



































